
MBO’ers: de stille krachten van de personeelsafdeling
'Onbekend maar bemind'
Velen kennen hun aantal niet, sommigen weten zelfs niet van hun bestaan: mbo’ers personeelswerk. Toch zijn het uitstekende assistenten, die hrm’ers kunnen ondersteunen.
“Ik had nog nooit van het bestaan van mbo-opleidingen personeelswerk gehoord.” Margit van Hoeve, hoofd stafafdeling personeelszaken van ING Nederland Interadvies, is daarmee absoluut niet de enige. Ze kwam stomtoevallig op het spoor van deze opleidingen toen ze twee hbo-studenten vroeg om eens alle studies in kaart te brengen waar ING stagiairs vandaan zou kunnen halen.
“Als ik in bedrijven kom, merk ik dat men vaak de mbo-opleiding personeelswerk niet kent”, verzucht Henk van Atteveld, docent aan de mbo-pw van het roc Amsterdam. “En dat is jammer, want we hebben wel iets te bieden. Maar goed, voordat ik hier kwam werken, kende ik de opleiding zelf óók niet.”
De reden dat de mbo-opleidingen zo onbekend zijn, is, zo denkt Van Atteveld, dat ze verstopt zitten in een cluster van opleidingen dat de overkoepelende titel ‘juridische dienstverlening’ draagt. De leerlingen volgen in dat cluster een gezamenlijk eerste jaar en kunnen daarna kiezen uit tweejarige vervolgstudies in een viertal juridisch getinte opleidingen: openbaar bestuur, sociale zekerheid, sociale dienstverlening en ‘arbeidsvoorziening en personeelswerk’.
In de laatste opleiding leren de deelnemer volgens Van Atteveld ‘hele praktische zaken’ rond thema’s als werving en selectie, ziekmeldingen en loonstrookjes. “Het werk van de mbo’ers is vaak een mix van uitvoerende taken op het gebied van p&o. Ze regelen zaken rond de arbodienst, verzorgen aanstellingsbrieven, informeren de medewerkers en verzamelen informatie voor de hrm’ers of voor het sociaal jaarverslag.”
De afgestudeerden van de mbo-opleidingen zijn, kortom, goed thuis in het personeelsbeheer en in de personeelsadministratie. Ze zijn daarmee volgens Van Atteveld uitstekende assistenten van hbo-p&o’ers. “MBO’ers zijn ook enthousiast voor p-werkzaamheden waarin hbo'ers geen interesse hebben of waarop hbo’ers binnen de kortste keren zijn uitgekeken.”
Dat laatste wordt bevestigd door Margit van Hoeve van ING Nederland Interadvies. Toen ze van het bestaan van de mbo-opleidingen hoorde, liet ze meteen een stagiaire komen, die zich bij ING nu bezighoudt met zaken als reiskosten, overplaatsingen en de administratieve afhandeling van de werving en selectie, zoals het maken van aanstellingsbrieven. Verder informeert ze de ING-medewerkers over regelingen op personeelsgebied. “Op dit moment worden die taken nogal eens vervuld door mensen met een hbo-achtergrond”, aldus Van Hoeve. “Maar die zijn daarvoor eigenlijk overgekwalificeerd. Het is voor hbo’ers een aanloopfunctie, die ze doorgaans niet veel langer dan drie jaar vervullen.” Voor zo’n functie is een mbo’er een uitkomst. “We hebben nu één stagiaire in dienst en ik kan er in de toekomst zeker meer gebruiken.”
Leergierig
Ook Marjolein Rozeboom, p&o-manager bij de KLM, is tevreden over de mbo-pw’ers. Zij wist al langer van het bestaan van de opleiding en heeft al diverse mbo’ers in dienst. En die bevallen goed. “Wij hebben hier twee soorten functies: eentje voor hbo-p&o-managers en eentje voor p&o-assistenten van het mbo.” De assistenten houden zich bezig met zaken als correspondentie en het afhandelen van telefoontjes, het doorvoeren van mutaties en het beantwoorden van vragen van medewerkers over de CAO. “Ze zijn leergierig en geïnteresseerd in wat mensen bezighoudt”, aldus Rozeboom. “Ze voorzien hier echt in een behoefte.”
Een positief punt van de mbo-opleiding is ook dat de leerlingen er een lange stage lopen. In het derde - en laatste – jaar hebben zij vier dagen per week stage en gaan ze nog slechts één dag per week naar school. “Vroeger liepen ze twee stages van elk een half jaar”, aldus Van Atteveld van roc Amsterdam. “Maar dat was voor de werkgevers niet zo prettig. Die investeerden dan in stagiairs die snel weer weggingen.”
“Dat stagiairs een jaar lang vier dagen per week beschikbaar zijn, is ideaal”, beaamt Van Hoeve van ING. “Als een stage maar een paar maanden duurt, kost ons dat relatief veel energie, terwijl we er nu veel voor terug krijgen.”
Korreltje zout
P&O’ers die na deze positieve verhalen zin krijgen om mbo’ers binnen te halen, zullen zelf op zoek moeten gaan. Neem contact op met ROC’s in uw regio en vraag binnen het cluster juridische dienstverlening naar de specialisatie arbeidsvoorziening en personeelswerk. Landelijke overzichten over de mbo-pw’ers schitteren door afwezigheid. Zo is het is nergens bekend hoeveel mbo’ers in heel Nederland eigenlijk een dergelijke opleiding volgen, ook alweer omdat de opleidingen verborgen zitten in een cluster met nog drie andere studies en een gezamenlijk eerste jaar.
Om de gedachten een beetje te bepalen: aan het roc Amsterdam volgen zo’n 75 leerlingen de mbo-pw, jaarlijks halen er circa dertig hun diploma. Margriet Guiver-Freeman, directeur p&o bij adviesbureau William Mercer en auteur van enkele studieboeken voor mbo-pw’ers, denkt dat landelijk ‘een paar honderd’ leerlingen deze opleiding volgen. “Tenminste, dat is mijn inschatting op basis van het aantal verkochte studieboeken.”
Wat de afgestudeerden allemaal kennen en kunnen is wel vastgelegd: de eindtermen en kwalificaties staan op internet (zoek onder www.ecabo.nl/profiel). Maar Guiver-Freeman neemt die kwalificaties met een korreltje zout. “De eindexameneisen zijn behoorlijk pittig. Als ik lees waaraan de mbo’ers allemaal moeten voldoen, zou ik willen dat mijn hbo’ers daaraan óók voldeden.”
Niet helder
Guiver-Freeman maakt op haar eigen p&o-afdeling graag gebruik van mbo-pw’ers. “Zij nemen de hbo’ers en de academen heel veel uitvoerend werk uit handen. Bovendien kunnen de mbo’ers, zeker na de invoering van competentiemanagement, soms ook doorgroeien in hun werk.”
De onbekendheid van de opleiding hebben de roc’s volgens Guiver-Freeman voornamelijk aan zichzelf te wijten. “Ze maken vaak niet erg helder voor welke vakken en beroepen ze de leerlingen nu eigenlijk scholen.”
Docent Van Atteveld trekt zich deze kritiek aan. “We zijn voor de buitenwereld onvoldoende herkenbaar, omdat we ons nooit genoeg hebben geprofileerd. We moeten duidelijk maken dat onze leerlingen een uitstekende rechterhand van de hbo-p&o’ers kunnen zijn. Want hbo’ers wéten veel, maar onze leerlingen kúnnen veel.”
Bron: PW Vakblad
Auteur: Rob Voorwinden
Datum: 16 februari 2002